1.1 Zakelijke gegevens

1.1.1 Situering van de school

Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Retie. Als openbare instelling staat onze school open voor alle kinderen, welke ook de levensopvatting van de ouders is.

De vrije keuze van cursus godsdienst, niet-confessionele zedenleer of vrijstelling ervan is gewaarborgd.

Het onderwijs dat binnen onze school door de leerkrachten wordt aangeboden past in het kader van richtlijnen, vastgelegd en goedgekeurd door de gemeenteraad, schoolraad en overlegcomité in een door haar erkend pedagogisch project.

Dit pedagogisch project bepaalt de aard, het karakter van het onderwijsaanbod binnen onze school. Van de leerkrachten wordt geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs verschaffen. Alle andere participanten worden verondersteld dezelfde opties te onderschrijven ( of zich neutraal op te stellen, het pedagogisch project te respecteren ).

Als dienstverlenend aan de lokale gemeenschap zal het gemeentelijk onderwijs regelmatig onderwerp zijn van kritische overwegingen wat betreft de door haar nagestreefde en gerealiseerde doelen.

Beslissingen inzake gemeentelijk onderwijs, rekening houdend met de vigerende onderwijswetgeving, behoren tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.

Het gemeentebestuur, als schoolbestuur van onderwijs, heeft dus een verregaande autonomie inzake vormgeving en inhoud van haar gemeentelijk onderwijs. Het pedagogisch project geeft vorm aan deze autonomie.

Het is een uitermate belangrijk gegeven en een voortdurende verantwoordelijkheid van de democratisch verkozen gemeenteraad.

1.1.2 Materiële infrastructuur

Onze school is een basisschool met twee vestigingsplaatsen:

Administratieve zetel:                                 Vestigingsplaats 2 :

            Afdeling centrum:                           Afdeling Schoonbroek:

Peperstraat 24                                 Schoolstraat 4

2470 Retie                                        2470 Retie-Schoonbroek

Tel. :  014 / 37 75 55                      Tel. : 014 / 67 75 95

Fax : 014 / 37 38 23

            E-mail : Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Hieronder bevinden zich de grondplannen van de beide vestigingsplaatsen.

Schets van het grondplan van de vestigingsplaats Peperstraat :

 

Gelijkvloers:

Verdieping:

 

 

 

Schets van het grondplan van de vestigingsplaats Schoonbroek :


 1.1.3 Participanten van de school

Voor de huidige samenstelling verwijzen we naar het uitvoerend gedeelte van het schoolwerkplan.

1.1.4 Schoolraad

De schoolraad heeft de volgende bevoegdheden :

  • Adviesbevoegdheid met betrekking tot de algemene organisatie en werking van de school, de planificatie van de school en de algemene criteria inzake begeleiding en evaluatie van de leerlingen.
  • Overlegbevoegdheid met betrekking tot:
    • de vaststelling van de criteria voor aanwending van het lestijdenpakket en de uren-leraar
    • de vaststelling en de wijziging van het reglement van de school­
    • de veiligheid en de gezondheid van de leerlingen

Onder overlegbevoegdheid wordt begrepen het nastreven van een consensus over de bedoelde aangelegenheid.

  • Aan de schoolraad kunnen volgende rechten en bevoegd­heden worden toegewezen:
    • Informatierecht
    • adviesbevoegdheid (andere dan hoger opgesomd)
    • overlegbevoegdheid (andere dan hoger opgesomd)

De schoolraad bestaat uit volgende geledingen : ouders, leerkrachten en lokale gemeenschap.

Voor de huidige samenstelling verwijzen we naar het uitvoerend gedeelte van het schoolwerkplan.

1.1.5 Oudercomité

Onze school heeft twee oudercomités: één voor de afdeling centrum en één voor de afdeling Schoonbroek.

De nauwe samenwerking met de ouders wordt in de visietekst van de school expliciet benadrukt. Deze intentieverklaring vertaalt zich concreet in een samenwerking met de oudercomités. Niet alleen op financieel vlak, maar ook op andere domeinen leveren de oudercomités een flinke bijdrage aan de opvoeding en de begeleiding van onze kinderen.

Het oudercomité afdeling centrum is aangesloten bij KOOGO, de overkoepelende oudervereniging van OVSG.

Voor de huidige samenstelling van beide oudercomités verwijzen we naar het uitvoerend gedeelte van het schoolwerkplan.

1.1.6 C.L.B.

De Vlaamse regering bekrachtigde op 1 december 1998 het decreet dat de oprichting en de werking van de Centra voor leerlingbegeleiding regelt. In dat decreet wordt gesteld dat de MST- en PMS-centra als zodanig ophouden te bestaan en vervangen worden door een zogenaamd CLB: Centrum voor leerlingbegeleiding.  

Hiertoe dient het schoolbestuur een beleidscontract op te maken met een CLB.

De schoolraad en het leerkrachtenteam spreken de wens uit om de samenwerking met de huidige centra verder te zetten.

Het schoolbestuur sluit driejaarlijks een overeenkomst met het CLB-Kempen, vestiging Mol. 

Er liggen in verband hiermee twee documenten ter inzage op het bureel: een document over de CLB-werking in het basisonderwijs en een document “Concretisatie van de voorlopige overeenkomst met verwijzing naar Bijzondere Bepalingen.”

Het document “CLB-werking in het basisonderwijs” behandelt volgende punten:

  • De uitgangspunten van de CLB-werking
  • werken met prioritaire groepen
  • vraagsturing implementeren en waarmaken
  • werken in subsidiariteit met leerkrachten en ouders
  • werken in een multidisciplinair kader
  • Werking kleuteronderwijs
  • verplicht aanbod
  • verzekerd aanbod
  • vraaggestuurde werking
  • Werking lager onderwijs
    • verplicht aanbod
    • verzekerd aanbod
    • vraaggestuurd aanbod
    • begeleidingsactiviteiten bij de overgang LO - SO

Het document “Concretisatie van de voorlopige overeenkomst met verwijzing

naar bijzondere bepalingen” omvat het jaarprogramma en behandelt volgende

volgende zaken:

  • Deel 1: Identificatie - bereikbaarheid - informatie-uitwisseling -Samenwerkingsverbanden
  • Deel 2: Afspraken op schoolniveau
  • Deel 3: Afspraken op groepsniveau
  • Deel 4: Evaluatie van de werking

Dit deel wordt jaarlijks geëvalueerd, aangepast waar nodig en ondertekend

          door de directeur van de CLB-vestiging Mol en door de directeur van de

          school voor het einde van de maand september.

1.1.7 Inspectie en begeleiding

Voor de namen van de huidige inspecteurs en begeleider verwijzen we naar het uitvoerend gedeelte van het schoolwerkplan.

 

1.2. Fundamentele uitgangspunten (eigen mens- en maatschappijvisie)

1.2.1 Algemeen

Onder fundamentele uitgangspunten wordt verstaan: principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij. Wat voor een mens, wat voor een maatschappij beoogt men met de opvoeding en het onderwijs? Deze uitgangspunten hebben een directe invloed op hoe men over opvoeding en onderwijs denkt.

Hieronder geven we de tien punten uit het gemeenschappelijk pedagogisch project van het officieel gesubsidieerd onderwijs - stedelijke en gemeentelijke schoolbesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Goedgekeurd door de Raad van bestuur van OVSG op 25.09.1996).

Deze tien punten kunnen worden gehanteerd als toetssteen voor het huidig pedagogisch project. De school kan nagaan of deze punten in het pedagogisch project geïntegreerd zijn en zo niet beslissen of men de ontbrekende aspecten al dan niet wil opnemen.

  • Openheid
    De school staat ten dienste van de gemeenschap en staat open voor alle leerplichtige jongeren, ongeacht hun filosofische of ideologische overtuiging, sociale of etnische afkomst, sekse of nationaliteit.
  • Verscheidenheid
    De school vertrekt vanuit een positieve erkenning van de verscheidenheid en wil waarden en overtuigingen, die in de gemeenschap leven, onbevooroordeeld met elkaar confronteren.
    Zij ziet dit als een verrijking voor de gehele schoolbevolking.
  • Democratisch
    De school is het product van de fundamenteel democratische overtuiging, dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in de gemeenschap naast elkaar kunnen bestaan.
  • Socialisatie
    De school leert jongeren leven met anderen en voedt hen op met het doel hen als volwaardige leden te laten deelhebben aan een democratische en pluralistische samenleving.
  • Emancipatie
    De school kiest voor emancipatorisch on­derwijs door alle leerlingen gelijke ontwikkelingskansen te bieden overeenkomstig hun mogelijkheden. Zij wakkert zelfredzaamheid aan door leerlingen mondig en weerbaar te maken.
  • Totale persoon
    De school erkent het belang van onderwijs en opvoeding. Zij streeft een harmonische persoonlijkheidsvorming na en hecht evenveel waarde aan kennisverwerving als aan attitudevorming.
  • Gelijke kansen
    De school treedt compenserend op voor kansarme leerlingen door bewust te probe­ren de gevolgen van een ongelijke sociale positie om te buigen.
  • Medemens
    De school voedt op tot respect voor de eigenheid van elke mens. Zij stelt dat de eigen vrijheid niet kan leiden tot de aantasting van de vrijheid van de medemens. Zij stelt dat een gezonde leefomgeving het onvervreemdbare goed is van elkeen.
  • Europees
    De school brengt de leerlingen de gedachte bij van het Europese burgerschap en vraagt aandacht voor het mondiale gebeuren en het multiculturele gemeenschapsleven.
  • Mensenrechten
    De school draagt de beginselen uit die vervat zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind, neemt er de verdediging van op. Zij wijst vooroordelen, discriminatie en indoctrinatie van de hand.

Hieronder sommen we de belangrijkste aspecten uit de rechten van het kind op:

  • recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;
  • recht op vrijheid van vereniging en vrijheid van vreedzame vergadering;
  • geen enkel kind mag onderworpen worden aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privé-leven, zijn of haar gezinsleven, zijn of haar woning, zijn of haar correspondentie, noch aan enige onrechtmatige aantasting van zijn of haar eer of goede naam;
  • recht op toegang tot de massamedia; tot informatie en materiaal uit een verscheidenheid van nationale en internationale bronnen, in het bijzonder informatie en materiaal gericht op het bevorderen van zijn of haar sociale, psychische en morele welzijn en zijn of haar lichamelijke en geestelijke gezondheid;
  • het recht op bescherming tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie, met inbegrip van seksueel misbruik;
  • recht van een geestelijk of lichamelijk gehandicapt kind om een volwaardig leven te hebben, in omstandigheden die de waardigheid van het kind verzekeren, zijn zelfstandigheid bevorderen en zijn actieve deelneming aan het gemeenschapsleven vergemakkelijken;
  • het recht op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en het herstel van de gezondheid;
  • het recht van ieder kind op een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind;
  • het recht op onderwijs. De staten verbinden zich ertoe het primair onderwijs verplicht te stellen en voor iedereen gratis beschikbaar te stellen;
  • het onderwijs aan het kind dient gericht te zijn op:
    • het bijbrengen van eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
    • het bijbrengen van eerbied voor de ouders van het kind, voor zijn of haar eigen culturele identiteit, taal en waarden, voor de nationale waarden van het land waar het kind woont, het land waar het is geboren en voor andere beschavingen dan de zijne of de hare;
    • de voorbereiding van het kind op een verantwoord leven in een vrije samenleving, in de geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten, en vriendschap tussen alle volken, etnische, nationale en godsdienstige groepen en personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking;
    • het bijbrengen van eerbied voor de natuurlijke omgeving.
  • het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven;
  • het recht te worden beschermd tegen economische exploitatie en tegen het verrichten van werk dat naar alle waarschijnlijkheid gevaarlijk is of de opvoeding van het kind zal hinderen, of schadelijk zal zijn voor de gezondheid of lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke of maatschappelijke ontwikkeling van het kind;
  • het recht op bescherming tegen het illegale gebruik van verdovende middelen en psychotrope stoffen;
  • het recht op bescherming tegen alle vormen van seksuele exploitatie en seksueel misbruik;
  • het recht op bescherming tegen alle vormen van exploitatie die schadelijk zijn voor enig aspect van het welzijn van het kind.

1.2.2 Levensbeschouwelijke en maatschappelijke uitgangspunten

Onze school is een gemeenteschool, een voorziening van de lokale gemeenschap die ten goede komt aan de kinderen van haar burgers. Zulke school geeft aan de kinderen duidelijke ankerpunten en veiligheid, wat het zo nodige gevoel van zelf­vertrouwen en stabiliteit kan helpen ontwikkelen.

Onze school vormt een onmiskenbare schakel in de opvoeding van de kinderen. Zij stelt het kind centraal, zodat ze het benadert vanuit zijn eigen leefwereld en ach­tergrond. Zij kiest hierbij ook echt voor samenwerking met de ouders.

Onze school is stevig in de lokale gemeenschap ingebed. Zij is dus de weerspie­geling van een pluriforme realiteit. Verschillende opvattingen over mens en maat­schappij kunnen hier bestaan in respect voor elkaar. Kinderen ervaren hier waarin mensen van elkaar verschillen : opvoeding, geloof, persoonlijkheid, ontwikkeling, vaardigheden, ... . Deze onderlinge verschillen tussen persoonlijkheden worden beschouwd als een verrijking. Dit is één van de grote waarden van onze school.

We delen in onze school de democratische overtuiging dat elk lid van die ge­meenschap deel moet kunnen hebben aan de besluitvorming.

Onze school is toegankelijk voor iedereen zonder discriminatie, voor dat soort onderwijs waarvoor ze opteert.

De vrije keuze van een erkende cursus godsdienst, niet-confessionele zedenleer of vrijstelling ervan is gewaarborgd.

Vanuit haar autonomie bepaalt de school zelf het karakter van de school. Deze bepaling gebeurt op democratische grondslag, rekening houdend met vorige uit­gangspunten. Het onderwijs, de opvoeding en de vorming zijn gebaseerd op een veelheid van waarden, waarin de vrije uitdrukking van ideeën binnen een democra­tische context en in respect voor de andere positief wordt gewaardeerd.

Het gemeentelijk onderwijs wil mensen vormen die in de samenleving van morgen tenvolle hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen tegenover zichzelf en tegen­over de gemeenschap. Wij willen onze kinderen zo opvoeden dat zij, zonder af­breuk te doen aan hun fundamentele vrijheden en rechten, in staat zijn niet alleen hun persoonlijke belangen maar ook de collectieve belangen van alle mensen te verdedigen, in dienst van de gemeenschap.

Ieder kind heeft het recht om zijn eigen aanleg en interesses te ontdekken en te ontplooien. Het is belangrijk dat de verschillende aspecten van de persoonlijkheid aan bod komen: in het basisonderwijs moet de creatieve, lichamelijke, verstande­lijke, emotionele, morele en sociale ontwikkeling harmonisch aan bod komen.

Een harmonische ontwikkeling is de beste garantie voor het kind om zich te ont­wikkelen tot een kritisch-creatieve deelnemer aan de maatschappij.

Het is de taak van de school om het kind in die ontwikkeling te observeren en te stimuleren.

Wij willen kinderen opvoeden en voorbereiden op een bestaan in een multiculturele gemeenschap, met voldoende aanpassingsvermogen tegenover wezenlijke veran­deringen in de maatschappij. Onze school beoogt een kritische en creatieve inte­gratie van de kinderen in de maatschappij. Ze wil kinderen vormen die bekommerd zijn om vrede, sociale rechtvaardigheid, medemenselijkheid en menselijke waardig­heid.

 1.2.3 Visie op ontwikkeling en opvoeding

            1.2.3.1  Ontwikkelingsgericht kleuteronderwijs

De ontwikkeling van jonge kinderen wordt vooral bepaald door de wisselwerking tussen kind en omgeving. Een wereld of omgeving van dingen, planten, dieren en mensen. We spreken van een natuurlijke, sociale, technische en culturele omgeving.

Het onderwijs moet uitdrukkelijk aansluiten bij  de exploratiedrang van kinderen en moet deze ook stimuleren. Hierbij geldt dat die exploratie zich kenmerkt door een 'spelend in de wereld staan'.

Het spelende en explorerende kind staat in een voortdurende ontwikkeling en relatie met de wereld om hem heen.  Het is een relatie van harmonie en disharmonie, van vrede en conflict, van actie en reactie.

Ontwikkeling gaat niet vanzelf. Kinderen rekenen op ons om die ontwikkeling actief te leren verwerven. De leerkrachten moeten mee de mogelijkheden aanbieden zodat het kind de wereld om hem heen zonder emotionele belemmeringen of faalangst tegemoet kan treden.

Een kind dat zich vrij kan voelen, een zekere levensvreugde bezit, is vanzelf nieuwsgierig.  De leerkracht moet het kind in een ervaringsgerichte dialoog helpen om vanuit vrijheid, zelfvertrouwen en exploratiedrang bewust en actief mee te bouwen aan de wereld om hem heen. Deze houding is de kern en de basis van de ontwikkelingsgerichte aanpak.

Vanuit de wisselwerking kind - ervaringswereld krijgen de verschillende ontwikkelingsaspecten geleidelijk hun invulling. Het gaat dan om fysieke en psychische aspecten, waarbij aan deze laatste aspecten nog een sociale, een persoonlijke en een cognitieve ontwikkeling kunnen worden onderscheiden.

Sociale ontwikkeling duidt dan op het begrijpen van anderen en op de omgang en samenwerking met andere kinderen.De kern van de persoonlijke ontwikkeling is de groei van het beeld dat iemand van zichzelf heeft: wie ben ik, wat wil ik, wat kan ik, waarvoor sta ik?   

Cognitieve ontwikkeling is de ontwikkeling van het kennen, het denken, het oplossen van problemen, de ontwikkeling van het waarnemen, het voorstellen, het geheugen en de aandacht. Deze cognitieve ontwikkeling beïnvloedt het zelfbeeld.

Dat geldt trouwens ook voor de lichamelijke ontwikkeling.

De verschillende ontwikkelingsaspecten hangen nauw met elkaar samen en beïnvloeden elkaar.

In onze visie onderschrijven wij het belang van brede, samenhangende ontwikkelingsdoelen. Dit zijn doelen die gedurende het hele onderwijsproces belangrijk blijven.  Deze brede doelen kunnen we in 1O onderdelen opsplitsen:

  1. exploreren
  2. representeren
  3. socialiseren
  4. redeneren
  5. reflecteren
  6. anticiperen
  7. communiceren
  8. experimenteren
  9. zelfsturing
  10. zelfstandigheid

De verdere uitwerking van deze visie werd uitgeschreven in het document 'Ontwikkelingsgericht kleuteronderwijs' waar deze brede ontwikkelingsdoelen verder werden uitgewerkt.

Ook de eisen aan en het profiel van de kleuteronderwijzer werden in deze tekst beschreven met als belangrijkste aandachtspunten :

  1. Hart hebben voor kinderen
  2. Dialogisch onderwijzen
  3. Diagnosticerend onderwijzen
  4. Organiseren van zelfstandig werken en differentiëren
  5. Een klasruimte inrichten als een uitlokkende leeromgeving
  6. Observeren, evalueren en plannen

1.2.3.2 Onderwijs op maat van het kind

1.2.3.2.1 Onderwijs van 2,5 tot 12 : Een doorgaande lijn

De uitgangspunten die gehanteerd worden bij het ontwikkelingsgerichte kleuteronderwijs, blijven in het lager onderwijs belangrijk. Leerkrachten moeten op de hoogte zijn en blijven van elkaars werkwijzen, inhouden, methodes. Als leerkracht kunnen we op dat vlak heel veel van mekaar leren.

Het kleuteronderwijs zorgt voor een brede basis waarop het lager onderwijs moet verder bouwen en waarbij het moet aansluiten. Alhoewel er accentverschuivingen zullen plaatshebben, het cognitieve zal steeds een belangrijker plaats gaan innemen, dienen de kernideeën gerespecteerd te worden.

            1.2.3.2.2 Visie op het kind

We aanvaarden elk kind zoals het is : we waarderen het kind in zijn kennen en kunnen. Alle kinderen hebben van meet af aan recht op gelijke kansen om zich te ontplooien.

We hebben oog voor de totale persoonlijkheid van het kind. We houden rekening met zowel het cognitieve, dynamisch-affectieve, psycho-motorische als sociale facet van elk kind.

We houden rekening met zowel de rechten als de plichten van het kind.

            1.2.3.2.3 Visie op het proces van ontwikkeling

We streven naar een ontwikkelingsproces dat aanleunt bij het adaptieve model. We gaan uit van en houden rekening met verschillen tussen kinderen en hun specifieke behoeften.

Hieraan proberen we tegemoet te komen door zorgverbreding en differen­tiatie. Basisbehoeften voor dit model zijn autonomie, competentie en relatie.

Met autonomie of zelfstandigheid bedoelen we de behoefte om op basis van eigen initiatief te handelen, om beslissingen te nemen. De term competentie verwijst naar de menselijke behoefte om greep te hebben op de omringende wereld. De term relatie duidt op de behoefte aan veiligheid en ondersteu­ning, aan beschikbaarheid van anderen. Aansluiten bij deze basisbehoeften van kinderen bevordert de intrinsieke motivatie van kinderen voor spel en werk in de school.

Het kind is een ontwikkelend wezen dat leert uit zijn ervaringen in confronta­tie met het aangeboden milieu. Het wordt hierbij systematisch geholpen, gemotiveerd en eventueel bijgestuurd.

Het kind moet zijn ontwikkeling zelf kunnen bepalen in de mate van het mogelijke, d.w.z. met differentiatie-mogelijkheden rekening houdend met het leerstofjaarklassensysteem.

De ontwikkeling van de totale persoonlijkheid wordt beoogd door:

  • de kinderen vanuit verschillende invalshoeken te leren kennen
  • in leerprocessen het hele kind aan te spreken
  • de leerinhouden te richten naar de totale persoonlijkheid
  • het aanwenden van passende didactische werkvormen, groepe­ringsvormen en leermiddelen
  • een permanente evaluatie
  • differentiatie, zowel in de breedte als in de diepte
  • remediëring, zowel binnen als buiten de klas.

            1.2.3.2.4 Visie op opvoeden

We garanderen veiligheid en een beschermende relatie als voorwaarde tot groei en ontwikkeling. Die opvoedingsrelatie berust op gezag, in de ver­hou­ding leerkracht - leerling zijn de beide betrokkenen niet gelijk : de leerkracht staat gezagsmatig boven de leerling.

We helpen bij de realisatie van een positief zelfbeeld. We maken het kind bewust van zijn eigen mogelijkheden. We brengen vaardigheden, structuren en attitudes bij in functie van het welslagen in een te doorlopen ontwikke­lingsproces.

We zijn er ons van bewust dat de leerkracht functioneert als vertrouwens­persoon, begeleider, identificatiepersoon en bezieler tegenover de kinderen.

We trachten de opgroeiende mens naar zijn individuele gegevenheden van ontplooiing optimaal toe te rusten teneinde hem in staat te stellen op een voor zijn persoon volwaardige wijze te kunnen participeren in het maat­schappelijk leven van heden en toekomst.

1.3. Visie op basisonderwijs (eigen kind- en schoolvisie)

1.3.1 Algemeen

De fundamentele uitgangspunten, de principiële houdingen die men heeft t.a.v. mens en maatschappij moeten worden vertaald naar de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen.

De fundamentele uitgangspunten zijn met andere woorden een kader waarbinnen men kwalitatief onderwijs in de basisscholen wil realiseren. Het is evident dat de fundamentele uitgangspunten die het schoolbestuur vastlegt, gerelateerd moeten worden aan de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, als minimaal verplicht na te streven en/of te bereiken einddoelen.

In de uitgangspunten bij de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het basisonderwijs is de DVO uitgegaan van een aantal fundamentele elementen in de ontwikkeling van kinderen. Deze elementen situeren zich in drie velden nl.:

  1. het veld van de basiskenmerken die de kern vormen:
  • het beschikken over een positief zelfbeeld;
  • gemotiveerd zijn;
  • zelf initiatief nemen;
  1. het veld van de algemene ontwikkeling dat doelen omvat van meer algemene aard zoals:
  • kunnen communiceren en samenwerken;
  • zelfstandigheid aan de dag leggen;
  • creatief en probleemoplossend omgaan met de omringende wereld;
  • zelfgestuurd leren;
  1. het veld van de specifieke ontwikkeling dat doelen omvat waarvan men de inhouden kan ordenen volgens leergebieden die in het onderwijs meer specifiek aan de orde zijn:
  • lichamelijke opvoeding;
  • muzische vorming;
  • taal;
  • wereldoriëntatie;
  • wiskunde.

Deze drie ontwikkelingsvelden zijn geënt op “de wereld”, in zijn ruime betekenis. Het is de werkelijkheid waarin het kind gaat functioneren. Het kind leert de werkelijkheid begrijpen, wordt vaardig en ontwikkelt een positieve houding.

De kwaliteit heeft met andere woorden alles te maken met de fundamentele uitgangspunten die het schoolbestuur vooropstelt en die samen met de schoolgemeenschap concreet vorm krijgen. Vanuit dit pedagogisch project werkt het lerarenteam op zodanige wijze aan de realisatie van de vooropgestelde doelen, dat er recht wordt gedaan aan de kenmerken van goed basisonderwijs
Kwaliteit voor een school betekent dus meer dan de mate waarin en de wijze waarop doelen worden gerealiseerd. De kwaliteit van een school uit zich op de eerste plaats in het dagelijks pedagogisch klimaat, het samenlevingsmodel dat de school uitbouwt, de leef- en werkcultuur die er heerst.

In de visie op basisonderwijs bij de leerplannen OVSG 1997 heeft OVSG de kenmerken van goed basisonderwijs omschreven.

Deze kenmerken zijn:

  • samenhang;
  • totale persoonlijkheidsontwikkeling;
  • zorgverbreding;
  • actief leren;
  • continue ontwikkelingslijn.

We geven hierna een samenvatting van elementen die terug te vinden zijn in de visie op basisonderwijs van OVSG bij de hierboven vernoemde kenmerken.

Samenhang

  • Een leergebieden- of vakkengesplitste benadering van de realiteit is niet aan te bevelen. Kinderen beleven en ervaren de realiteit immers niet in vakjes.
  • De school moet ervoor zorgen leersituaties te creëren die voor de kinderen herkenbaar zijn. De kinderen moeten de centrale plaats innemen. Kinderen dienen zich op de eerste plaats veilig en goed te voelen op de basisschool.
  • De doelstellingen van het basisonderwijs hebben niet enkel betrekking op kennis opdoen. Ook het verwerven van inzichten, vaardigheden en attitudes met betrekking tot verschillende werkelijkheidsgebieden zijn belangrijke doelstellingen. Daarnaast dienen 'leren leren', 'probleemoplossend denken' en 'sociale vaardigheden' door de basisschool heen in verschillende leergebieden aandacht te krijgen.

Totale persoonlijkheidsontwikkeling

  • Alle aspecten van de persoonlijkheid dienen via de aangeboden vorming in hun ontwikkeling te worden gestimuleerd en dit op evenwichtige wijze.
  • Aandacht voor de totale persoonlijkheidsvorming houdt in dat het schoolteam zich beraadt over een evenwichtig vormingsaanbod en een evenwichtige activiteitenplanning.
  • De school houdt in haar aanbod niet alleen rekening met de verschillende ontwikkelingsterreinen maar ook met de verschillen in persoonlijkheidsontwikkeling.
  • Aandacht voor de totale persoonlijkheidsontwikkeling impliceert daarom een gerichtheid op individualiserend onderwijs.

Zorgverbreding

  • Een goede interactie tussen kind en leraar, die ook rekening houdt met de thuissituatie, is noodzakelijk om tot succesvolle oplossingen te komen.
  • Zorgbreedte heeft te maken met de aandacht die de school aan kinderen wil geven, met de wijze waarop ze omgaat met verschillen tussen kinderen. Belangrijk is hier de functie van het zorgteam dat ondersteuning geeft bij een eventuele hulpvraag.          
  • Soepele overgangen van kleuterniveau naar lager onderwijs en tussen leeftijdsgroepen dienen te worden gecreëerd. Doorbreken van het traditionele leerstofjaarklassensysteem in de lagere school is mogelijk.
  • De schoolteamleden trachten hun onderwijs af te stemmen op de mogelijkheden van de individuele kinderen die ze op school begeleiden.
  • Dit impliceert dat de school aan een aantal organisatorische voorwaarden voldoet: overlegmogelijkheid, flexibele klasorganisatie, ...  Daarnaast moeten de leraren de attitude hebben om met elkaar over hun onderwijspraktijk te overleggen, systematisch te reflecteren op de eigen praktijk, de ouders bij het schoolgebeuren te betrekken en open te staan voor nieuwe inhoudelijke vormen van onderwijsondersteuning en -remediëring. Het zorgteam speelt hier ook een belangrijke rol in.
  • Zorgen dat kinderen zich goed en geaccepteerd voelen op school, er gaan functioneren en er plezier beleven, behoort tot de essentie van zorgverbreding.
  • Een school die werkt aan zorgverbreding, zal differentiatievormen inbouwen met het oog op het ondersteunen van elk kind in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.

Actief leren       

  • Actief leren is dus voor het kind een productief proces. Het is leren dat van het kind zelf uitgaat en door het kind spontaan als betekenisvol wordt ervaren. Het kind heeft belang bij wat het doet en gaat daarom volledig op in het anticiperen en oplossen van problemen.
  • De sociale interactie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling is een essentieel onderdeel van dit interactief proces.
  • Om actief leren op school te stimuleren, dienen realistische en betekenisvolle probleemsituaties (contexten) binnen de leersituatie te worden gecreëerd.
  • Bij actief leren ligt de klemtoon eerder op het verwerken van, dan op de hoeveelheid aan leerinhouden. Kennis en inzicht zijn in die mate belangrijk dat zij gekoppeld kunnen worden aan denkhandelingen en strategische vaardigheden. Hierdoor worden ze voor het kind hanteerbaar binnen probleemsituaties en worden ze hefbomen voor actief leren en ontwikkeling.

Continue ontwikkelingslijn

  • Het aangeboden onderwijs wordt zowel naar moeilijkheidsgraad als naar inhoud afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden en -behoeften van de leerlingen.
  • Aandacht voor 'continuïteit' binnen onderwijs betekent ook dat men de drempels tussen de verschillende fasen van de schoolloopbaan, tussen leergebieden (zie samenhang), tussen thuis- en schoolervaringen van de leerlingen, zo laag mogelijk maakt.
  • De begeleiders van het kind door de basisschool moeten deze continuïteit nastreven. Voor de schoolteamleden betekent dit gelijkgerichtheid, stimuleren van een doorlopende leer- en ontwikkelingslijn, afspraken maken en nakomen.

 1.3.2  GBRetie-kernideeën:

1.3.2.1 De basisschool : een doorgaande lijn in opvoeding van 2,5 tot 12 jaar

In de basisschool krijgt heel de persoonlijkheid van het kind volop ontwikkelingskansen. Alle mogelijkheden van het kind komen aan bod. Hoofd, hart en handen worden aangesproken. Bij verschillende activiteiten krijgen de kinderen de kans om een heleboel zelf uit te zoeken. Zo kunnen ze leren van de dingen die ze zelf ontdekken. De kennis en ervaring die op die manier worden opgedaan, zullen niet snel verloren gaan. Kinderen moeten zelfstandig leren werken, maar het is ook belangrijk dat ze leren samenwerken, vreugde kunnen beleven aan het samen bezig zijn.

Bij de kleuters werken we vanuit brede ontwikkelingsdoelen om hen optimale ontwikkelingskansen te geven. Zij vormen immers de beste garantie voor een harmonieuze opvoeding. Toch moet een basisschool ook oog hebben voor het vervolgonderwijs. Daarom wordt het hoofdaccent in de lagere school gelegd op de cognitieve ontwikkeling. Kinderen moeten goed gewapend en voorbereid zijn om op kennisgebied, op gebied van redeneren en structureren, op gebied van plannen en studeren het secundair onderwijs aan te kunnen vatten. Naast die aandacht voor  het cognitieve, blijven er volop kansen bestaan voor sociale, culturele en motorische opvoeding.

In een school zijn heel wat mensen betrokken bij de opvoeding en het onderwijs van kinderen. Al deze betrokkenen mogen niet los van elkaar, naast elkaar werken. Directeur, onderwijzers en kleuteronderwijzers vormen samen een team dat gezamenlijk de professionele verantwoordelijkheid draagt voor opvoeding en onderwijs.

            Daarom :

  • houden alle teamleden rekening met elkaars opvattingen;
  • leren de onderwijsgevenden elkaars werkwijze kennen;
  • wordt er regelmatig overlegd in team;
  • worden werkwijzen en activiteiten van de verschillende leeftijdsgroepen op elkaar afgestemd;
  • worden verschillende activiteiten klas- en leerjaaroverschrijdend georganiseerd;
  • is het belangrijk dat teamleden alle kinderen goed kennen.

Zo kan de overgang van de ene naar de andere leeftijdsgroep soepel verlopen.

Ouders zijn de eerste en belangrijkste verantwoordelijken voor de opvoeding van de kinderen. Tussen de school en het gezin mag geen drempel zijn. Samenwerking tussen school en gezin is noodzakelijk voor een harmonieuze ontwikkeling van de kinderen.

1.3.2.2 Aandacht voor elk kind

' Mijn kind heeft veel tijd nodig - Zij heeft te weinig belangstelling - Hij kan wel mee, maar is zo gesloten - Zij is altijd vlug klaar en het is goed, maar dan verveelt ze zich en wordt ze lastig - Die wiskunde begrijpt hij echt niet - Ze leert heel goed, maar ze is zo eigenwijs - ... '

Vele ouders zullen hier iets van hun eigen kind in herkennen. Zoveel uitspraken over zoveel verschillende kinderen:

  • die allemaal hun eigenheid hebben
  • die allemaal het recht hebben om zich te ontwikkelen en te ontplooien vanuit :
    • hun aanleg
    • hun manier van leren
    • hun ervaringen
    • hun interesse
    • hun werk- en leertempo.

In onze school aanvaarden wij dat elk kind uniek is. We willen rekening houden met de individuele verschillen tussen kinderen. Daarom is onze school constant op zoek naar methodes, naar werkvormen, naar inhouden die tegemoet komen aan deze verschillen.

Zo zijn er bij de kleuters steeds keuze - activiteiten. De kleuters leren zelf kiezen welke activiteiten ze kunnen doen. Dit betekent voor elke kleuter een tegemoet komen aan zijn interesse. Er zitten kansen in om zelfstandig te leren werken, kansen voor sociale ontwikkeling. Voor de juf zijn er rijke mogelijkheden om de kleuters te observeren en bij te sturen.

Zo wordt er in de lagere school gewerkt met niveaugroepen. Dit betekent voor elk kind meer kansen om actief bezig te zijn, meer kansen om naar eigen mogelijkheden te werken, een grotere motivering. Dit betekent voor de leerkracht een goede kijk op de vorderingen van elk kind.

Zo wordt er in de lagere school gewerkt met extra taken als herhaling of als verrijking. Dit betekent voor de kinderen een verdieping van het geleerde, een tegemoet komen aan zijn belangstelling. Dit betekent voor de leerkracht een kans om met de kinderen met leermoeilijkheden verder te werken.

Zo worden ouders mee ingeschakeld bij het niveaulezen. Dit biedt de kinderen meer leeskansen, een toename van leeslust en motivatie, een prettige ervaring dat school en thuis voor hen samenwerken. Dit biedt de leerkrachten bijkomende kansen voor evaluatie. Dit biedt de ouders een meebeleven van het werk in de school, een kans om inzicht te verwerven in het leren van kinderen.

Een school heeft altijd een aantal beperkingen, maar binnen de mogelijkheden die we hebben, werken we er in onze school aan om het beste dat elk kind in zich heeft, te bereiken.

Om deze doelen te bereiken is er heel wat organisatie nodig :

  • veelvuldige gesprekken tussen de leerkrachten (overleg)
  • samenwerking, uitwisseling van ideeën, planning
  • overleg met het zorgteam
  • gesprekken en samenwerking met het C.L.B.
  • gesprekken en samenwerking met de ouders

1.3.2.3 Zorgverbreding : aanpak van ontwikkelings- en leerbedreigde kinderen

In het kleuteronderwijs volgen we met ons kleutervolgsysteem de vorderingen van de kleuters op de voet. In gestructureerde observaties en signaallijsten wordt de evolutie van elke kleuter opgetekend. Deze evolutie wordt 2 keer per jaar voor elke kleuter besproken in een M.D.O.

Kinderen die problemen of moeilijkheden vertonen worden zo vlug mogelijk  besproken op het medisch - diagnostisch - overleg. Op vraag van de leerkracht, zorgcoördinator of de directeur komen de orthopedagoge van het C.L.B. en de schooldokter naar de school om de kleuters te bespreken en een handelingsplan op te stellen. Er start een speciaal programma op in de klas, zorg- , taakklas of er wordt hulp gevraagd buiten de school.

In het lager onderwijs is er het zorgteam. Het zorgteam heeft speciale aandacht voor die leerlingen die moeilijkheden ondervinden bij het leren. Zij vangen deze leerlingen op : alleen of in kleine groepjes, in een aparte klas of in de klas zelf samen met de klastitularis. Het zorgteam werkt nauw samen met het C.L.B.

Voor de hogere leerjaren is de orthopedagoge van het C.L.B. op vraag van de leerkracht aanwezig op de school om aan hulpvragen van de leerkracht tegemoet te komen.  De leerproblemen van de kinderen worden gesignaleerd, geanalyseerd en van daaruit wordt een handelingsplan opgesteld om het kind te remediëren.

De klastitularis is de eerste verantwoordelijke op het gebied van zorgverbreding. Hij of zij observeert en noteert de vorderingen van het kind. De klastitularis is de eerste persoon die kennismaakt met de problemen. Met een gerichte aanpak  tracht hij eerst het probleem in de klas en met de ouders op te lossen. Als er niet snel een oplossing komt, richt hij zich tot de zorgcoördinator of tot het C.L.B.

Op die manier komt men in onze school tot een gezamenlijke aanpak van het probleem. Het kind kan er alleen maar goed bij varen. Iedereen is bezorgd om hem en pakt hem op dezelfde wijze aan.

Het is ook zeer belangrijk om de ouders vanaf het begin te betrekken in die aanpak. Ouders worden op de hoogte gesteld van een speciale aanpak, van een instap in de zorgklas. De leerkracht/zorgcoördinator verwacht van de ouders informatie over het kind en hoe zij de moeilijkheden ervaren. De zorgcoördinator (of eventueel de taakleerkracht) brengt de ouders op de hoogte van wat er in de school is gebeurd en wat men zal doen om de leerproblemen aan te pakken. Ook thuis zal daaraan wat moeten gebeuren. Het is belangrijk dat ouders aanvaarden dat hun kind op dat moment moeilijkheden heeft bij het leren en dat hun aanpak aansluit op de aanpak van de school.

1.3.2.4 Een rijk milieu : wereldgeoriënteerd onderwijs

Kinderen kijken, luisteren, tasten, proeven, voelen, ...

Kinderen construeren, knutselen,puzzelen,  maken vormen, halen uit elkaar, zetten in elkaar, ...

Kinderen benoemen, vergelijken, leggen verbanden, beoordelen, wijzen af, ...

Zo verkennen kinderen hun wereld. Al ontdekkend bouwen zij de wereld op tot hun wereld. Zij ontdekken taal, cultuur en relaties in het gezin, de familie, de straat, de buurt, de woonwijk, ... . Al verkennend doen de kinderen kennis op en leren de wereld overzien en beoordelen. Kinderen doen heel veel ervaringen op en leren heel wat buiten de school.

De school moet van de ervaringen en kennis van de kinderen dankbaar gebruik maken. Ook op school moeten we met de kinderen op verkenning gaan. Er wordt gewerkt rond thema's, rond belangstellingspunten, met projecten,...

Daarbij kunnen we beroep doen op wat de kinderen weten, wat ze kennen en kunnen. We prikkelen hun belangstelling en hun nieuwsgierigheid. De kinderen kunnen hun eigen vragen kwijt. Ze kunnen een doorvoeld contact hebben met de mens, de natuur, de cultuur en de techniek. Ze krijgen de kans om zich sociaal te engageren. In een levensecht onderwijs krijgt het kind levenszin.

1.3.2.5 Een sportactieve school

Met de school willen wij het belang van het bewegen voor kinderen in onze hedendaagse maatschappij benadrukken. Een kwaliteitsvolle bewegingsopvoeding brengt een aantal belangrijke taken mee voor de school:

  1. Het ontplooien van de individuele bewegingsmogelijkheden van de kinderen.
  2. Kinderen voorbereiden om deel te nemen aan bewegingscultuur.
  3. Een gezonde, veilige en sportieve levensstijl ontwikkelen bij de kinderen.

Om deze objectieven te bereiken, leggen wij met de school de volgende klemtonen:

  1. Het spelende kind wordt als uitgangspunt genomen. Er wordt rekening gehouden met de motorische ontwikkelingskenmerken en het spel is het belangrijkste middel om deze ontwikkeling te stimuleren.
  2. Ook hier opteren wij voor probleemoplossend onderwijs. Kinderen leren bewegingsproblemen zelfstandig oplossen en kunnen bewegingssituaties zelfstandig regelen.
  3. Kinderen kunnen bewegen in rijke situaties. Er worden situaties gecreëerd waarin motorische, psycho-motorische, dynamisch-affectieve, sociale en cognitieve competenties kunnen ontwikkeld worden.
  4. Het motorische leren is een onderdeel van het grotere leerproces. Er is ook speciale aandacht voor minder begaafden op motorisch gebied.
  5. De vrije natuur wordt als uitgangspunt genomen. Er is een aanbod van natuurgebonden sporten met respect voor de natuur.

Bewegingsopvoeding wordt geïntegreerd in het totale opvoedingspakket. De lokale gemeenschap wordt van dichtbij betrokken bij het ganse proces.

1.3.2.6  Een school voor kinderen en ouders

Onze school staat niet op een eiland. Drempels worden afgebroken. De deuren staan wijd open.

De leerlingen, de directie, de leerkrachten, de ouders, het C.L.B.- team, het onderhoudspersoneel, de begeleiders, de buurt, het dorp... vormen samen een groep. Ze nemen allen deel aan het leven van onze school. Ze zijn dus allen participanten aan onze schoolgemeenschap.

Als ouder wil je weten wat op de school gebeurt en hoe je daarbij kan helpen. Ouders hebben zich daarom verenigd in een oudercomité. Ouders steunen daarom de acties en feesten op de school.

1.3.2.7 Onderwijs in dialoog met de kinderen

Leren is in de eerste plaats een actief en constructief proces. Leerlingen bouwen zelf hun kennis en vaardigheden op.

Leren is ook een cumulatief proces. De mentale verwerking van nieuwe informatie gebeurt door het inpassen ervan in hetgeen de leerling vooraf reeds weet en kan. Hun voorkennis beïnvloedt het leerproces. De leerling moet gaandeweg zijn eigen leerproces zelf meer en meer plannen, in het oog houden, evalueren en bijsturen.

Het is een interactief proces waarbij je ook rekening moet houden met de sociale en culturele context waarin het plaatsvindt. Daarom is de samenwerking en interactie met de leerkracht en de andere leerlingen van groot belang : als leerlingen samen problemen oplossen en leertaken uitvoeren komen ze als het ware vanzelf tot verwoording van en reflectie op de eigen denk- en leerprocessen. Deze reflectie is zeer belangrijk voor het bereiken van een hoger niveau van cognitief functioneren.    

1.4. Schoolconcept

Onze school dient zorg te dragen voor een opvoeding die alle aspecten van de persoonlijkheid van het kind aan bod laat komen. Het uiteindelijke doel van ons onderwijs bestaat erin om mensen te vormen die:

  • beschikken over een innerlijke vrijheid en stabiliteit
  • op een persoonlijk zinvolle, zelfstandige en kritische manier kunnen deelnemen aan het maatschappelijke culturele leven
  • uitgroeien tot autonome, competente en assertieve volwassenen

Om dit doel te bereiken dienen wij de nadruk te leggen op een zo breed mogelijke persoonlijkheidsontwikkeling: het streven naar fundamenteel leren, vorming via onderzoek van de eigen, uitbreidende leefwereld.

  • De concrete onderwijs- en vormingsdoelen kunnen als volgt worden samen­gevat :
  • Het onderwijs moet bijdragen aan het verhogen van de leergeschikt­heid, van het productieve denken, aan de ontwikkeling van het leer­motief: de wens om te willen weten, interesses te ontwikkelen.
  • Dit moet gekaderd zijn in de bedoeling om gelukkige, onderzoeken­de kinderen te vormen die vertrouwvol, enthousiast en in verwonde­ring voor het leven zelf de confrontatie met dit leven en de uitdaging ervan durven aangaan.

 Deze onderwijs- en vormingsdoelen moeten voor alle aspecten van de ontwikkeling geconcretiseerd worden in de verschillende vak- en vormings­gebieden.

In het hoofdstuk ‘Visie op basisonderwijs’ stelden we de 7 GBRetie-kernideeën voor. Deze kernideeën zijn onze uitgangspunten om bovenstaande algemene doelen na te streven. De 7 pijlers van onze schoolwerking maken we concreet in het uitvoerend gedeelte van het schoolwerkplan. We omschrijven hoe onze kernideeën vorm krijgen in de dagelijkse werking van onze school.